Eerst in Antwerpen en later ook in Parijs verschuift Van Gogh zijn kleurenpalet geleidelijk van een traditioneel palet met sombere kleuren naar een meer modern palet met heldere tinten. Sommige verven gaat hij minder of helemaal niet meer gebruiken, nieuwe verven verschijnen. Een van de pigmenten die Van Gogh in het voorjaar van 1886 gaat gebruiken is het groenblauwe ceruleumblauw (kobalt tinoxide), een pigment dat in de tweede helft van de 19de eeuw op de markt kwam. Eerst dachten we dat Van Gogh dit pigment pas in Parijs voor het eerst toepaste en niet in zijn Nederlandse periode daarvoor.
‘schildersmaterialen’
Van Gogh schildert buiten – een introductie
Naar buiten
Onder leiding van Anton Mauve begon Van Gogh eind 1881 in het atelier aan zijn eerste olieverfstudies. Na een periode van acht maanden waarin hij uitgebreid oefende met tekenen, ging hij buiten op zoek naar motieven om te schilderen. Begin augustus 1882 zocht Theo hem op in Den Haag en gaf hem wat geld om de benodigde schildermaterialen te kopen. Van Gogh bedankte zijn broer hartelijk omdat hij, nu hij beschikte over alles wat voor ‘eigentlijk schilderen absoluut noodig is’, ‘met schilderen weer krachtig kan doorgaan’ (brief van 5 augustus 1882) .
In dezelfde brief somde hij de materialen op die hij had aangeschaft. Daaronder was een ‘moist colour box’: volgens hemzelf ‘een stuk gereedschap dat veel waard is om buiten te werken en eigentlijk absoluut noodig’.
