Serie
Van Gogh maakte van sommige schilderijen meerdere versies. We willen weten of hij zijn aanpak wijzigde terwijl hij zo’n schilderijenserie met één thema maakte. Daarom zijn de ’series’ onderdeel van het atelierpraktijk onderzoek.
Een voorbeeld is De zaaier. In de schilderijen van deze serie zien we een figuur in een landschap dat wordt gedomineerd door de lichte bol van een ondergaande zon. In de latere versies hangt deze als een halo boven het hoofd van de zaaier die daarmee een speciale symbolische betekenis krijgt. Het is fascinerend om te zien hoe Van Gogh verschillende technische oplossingen koos om dit belangrijke onderdeel in deze serie schilderijen af te beelden.
Vincent van Gogh, De zaaier, 1888, Van Gogh Museum, Amsterdam
Vincent van Gogh, De zaaier, 1888, Kröller-Müller Museum, Otterlo
Vincent van Gogh, De zaaier met ondergaande zon, Stiftung Sammlung E.G. Bührle, Zürich
Cirkels
Voor de ronde vorm van de zon heeft Van Gogh waarschijnlijk een cirkel getrokken om een rond voorwerp van de gewenste grootte. Dat deed hij met zwart tekenmateriaal, óf door met een scherp puntig instrument in de al aanwezige verflagen te krassen. In het laatste geval heeft hij mogelijk een passer gebruikt, maar hiervoor is geen bewijs gevonden in de vorm van een middelpunt of inkeping in de grondverf of andere verflagen.
Detail van De zaaier uit Zürich, gezien door de microscoop. De zwarte omtrek van de zon is waarschijnlijk in houtskool uitgevoerd.
Detail van De zaaier uit het Kröller-Müller Museum; de omtrek van de zon is met een scherp instrument in halfdroge verf gekrast.
.
Mengen…
Van Gogh schilderde de zon in geel, waarmee hij een natuurlijk helder licht creëerde. Hij gebruikte daarbij verschillende methoden om een zo goed mogelijk lichteffect te bewerkstelligen. In een brief aan zijn vriend en collega Émile Bernard legde hij uit hoe hij in zijn eerste versie van De zaaier (Kröller-Müller, Otterlo) subtiele verschillen in het geel van de lucht en de zon had bereikt door zorgvuldig de tinten chroomgeel te selecteren en deze te mengen met wisselende hoeveelheden wit.
Een röntgenfluorescentie spectrometrie-analyse (XRF) van het schilderij, onlangs uitgevoerd door collega’s bij RCE, heeft uitgewezen dat in de zon aanmerkelijk meer zink zit dan in de rest van de lucht. Dit komt overeen met de beschrijving van Van Gogh, waaruit bleek dat hij voor de zon de lichtste citroengele tint chroomgeel 1 had gebruikt (chroomgeel met zink in plaats van lood), gemengd met een beetje wit (waarschijnlijk zinkwit). Voor de lucht had hij mengsels van chroomgeel 1 en chroomgeel 2 toegepast.
.
…of laag op laag
Van Gogh mengde dus de twee kleuren geel met wit, maar een andere methode was om ze over elkaar heen aan te brengen. Dit deed hij in Zomeravond, korenveld met ondergaande zon, een landschap dat hij in juni 1888 in Arles schilderde en waarin hij op soortgelijke wijze korenvelden afbeeldde tegen een ondergaande zon. In dit geval schilderde hij eerst een witte schijf – licht zinkwit – als lichte basis voor het geel dat hij daarbovenop aanbracht. Aan de rand van de zon is te zien hoe de twee kleuren een klein beetje met elkaar worden vermengd.
Detail van de zon in 'Zomeravond, korenveld met ondergaande zon', 1888, Kunstmuseum Winterthur. Linksboven is een witte onderlaag bij de omtrek van de zon te zien. Rechtsboven is de omtrek door natte verf gekrast, waarmee de witte grondlaag zichtbaar wordt.
.
Toevallige glitters?
Een ongewoon effect vonden we in de zon van de grote Zaaier die zich momenteel in Zürich bevindt. Toen we het verfoppervlak met een stereomicroscoop onderzochten, zagen we kleine, doorschijnende, lichtgekleurde deeltjes, blijkbaar gedroogde stukjes verf, die in de gele verf van de zon waren gedrukt en ermee waren vermengd. Van dichtbij bekeken zorgen deze oranje, witte, groene, lichtblauwe, rode en heel donkere kleurvlekjes voor een fonkelend effect als van een edelsteen. Zijn het misschien bewuste toevoegingen van de schilder om een soort schittering te creëren?
Deze techniek hebben we bij onderzoek van werken van Van Gogh nog niet eerder waargenomen, maar we weten wel dat de kunstenaar, soms eigen ingrediënten aan de verf toevoegde om de eigenschappen van de verf te manipuleren. Een voorbeeld hiervan is de studie Uitgebloeide zonnebloemen (F 377) uit 1887. Uit technisch onderzoek bleek dat hij grote hoeveelheden wit barietpoeder aan zijn verf heeft toegevoegd. Bariet was een goedkoop vulmiddel, maar verbeterde tegelijkertijd de schildereigenschappen van de verf (dikker en beter smeerbaar). In het geval van de Zaaier uit de Bührle-collectie moeten we er echter ook rekening mee houden dat de toevoegingen per ongeluk zijn gebeurd, misschien omdat hij zijn geel op een vuil palet met opgedroogde verfresten had gemengd.
Aan de andere kant: Van Gogh was een meester in het uitbuiten van toevalligheden om bepaalde gunstige effecten te bereiken. Dus of dit nou toevalligheden zijn…?
Glitters? Vergroot detail van De zaaier met ondergaande zon, met gekleurde deeltjes in de gele zon
Met dank aan Jan Jedlicka, conservator schilderijen van het Kunstmuseum in Winterthur en Luuk Struick van der Loeff, hoofdconservator van het Kröller-Müller Museum, die zo vriendelijk waren onderzoek aan schilderijen in hun collecties te ondersteunen.
