Toeval
Voor de werkgroep AStRA onderzoek ik onder meer de kopieën die Vincent van Gogh vervaardigde tijdens zijn verblijf in de inrichting van Saint-Rémy in 1889/90. Zoals eerder beschreven, had Van Gogh al aan het begin van de jaren 1880 werken van andere kunstenaars zoals Jean-François Millet gekopieerd. Toen stond hij echter aan het begin van zijn carrière als kunstenaar en was het doel zichzelf te leren tekenen.
Nu – in het laatste jaar van zijn carrière – was het veel meer toeval dat Van Gogh weer begon met het kopiëren. In een brief aan Theo van september 1889 bericht Vincent van een ongeluk dat gebeurde tijdens zijn ziekte: ‘die lithografie van Delacroix, de Piëta, was met nog andere bladen in de olie en de verf gevallen en beschadigd. Dat deed me verdriet – dus ondertussen ben ik bezig geweest die te schilderen…’.
Hij vraagt Theo vervolgens om meer reproducties van schilderijen op te sturen. Vanaf dit moment tot aan het einde van zijn verblijf in Saint-Rémy in mei 1890 gaat Van Gogh werken kopiëren van door van hem bewonderde kunstenaars zoals Rembrandt, Breton, Daumier en vooral Millet. In totaal gaat het om bijna 30 werken. Van deze kopieën bevinden zich er 11 in de collectie van het Van Gogh Museum. In het kader van het atelierpraktijk project onderzoeken we die allemaal, en vergelijken ze met enkele kopieën uit andere musea.
Birgit en Marije bestuderen de reproducties die Van Gogh gebruikte voor zijn kopieën in het depot van het Van Gogh Museum.
.
Hulpmiddelen bij het kopiëren
Een van de belangrijke vragen die wij ons stelden was: hoe is Vincent te werk gegaan bij het kopiëren van de voorstellingen? Omdat er in de 19de eeuw al een lange traditie bestond in het kopiëren van schilderijen vroegen wij ons af of Van Gogh ook de een of andere gebruikelijke kopieertechniek toepaste. Wij weten bijvoorbeeld dat hij het perspectiefraam gebruikte als hulpmiddel toen hij buiten ging schilderen (en plein air), maar hoe zat het met het overdragen van een kleine voorstelling op papier naar een doek van veel groter formaat?
Naast het onderzoek naar Van Goghs kopieën was een eerste belangrijke stap de prentjes zelf te bekijken die de kunstenaar als voorbeeld gebruikte. Gelukkig zijn de reproducties die Van Gogh in bezit had na zijn dood binnen de familie gebleven en daarna in de collectie van het Van Gogh Museum beland.
.
De voorbeelden zelf bestuderen
Een tijdje geleden heb ik daarom samen met mijn collega’s Marije Vellekoop en Birgit Reissland een bezoekje gebracht aan ons depot. Uitgerust met loep, camera, centimeter en potlood (in het depot waar werken op papier worden bewaard mogen geen pennen gebruikt worden omdat je anders risico loopt van beschadiging van de kunst) gingen wij de reproducties bestuderen: houtgravures, drogenaald etsen en foto’s.
Raster
Inderdaad konden wij op sommige prenten een raster vinden dat zeer waarschijnlijk door Van Gogh over de voorstelling heen werd getekend. In het plaatje hieronder kun je langs de randen van de prent (De ploeg, A. Delauney naar J.-F. Millet) de punten zien die hij eerst heeft aangebracht om de afstanden tussen de lijnen van het raster te markeren. Vervolgens heeft hij ze door lijnen met elkaar verbonden, waardoor een regelmatig kwadraatnet ontstaat.
Wat dit raster ons nou precies vertelt over Vincents manier van werken, hoe zo’n raster is gebruikt in het proces van kopiëren en hoe het eindresultaat, Vincents kopie, eruit ziet – daarover binnenkort meer!
Raster getekend door Van Gogh op een prent.
.