TEM van het originele verfmonster van Vincent van Goghs Oevers van de Seine, 1887

In elektronenmicroscopen, met elektromagnetische lenzen en speciale detectoren, kunnen zeer kleine deeltjes worden onderzocht. Een Transmissie Elektronen Microscoop versnelt elektronen in een vacuüm, totdat hun golflengte extreem kort is. Een bundel van deze versnelde elektronen wordt gericht op een zeer dun verfmonster (zie: hiernaast). Het monster absorbeert een deel van deze straling of laat deze juist door. Zo kan de detector achter het verfmonster een gedetailleerde afbeelding maken van de vergroting (tot circa één miljoen keer). Met deze techniek kunnen zelfs objecten met een afmeting van 1 atoom worden bestudeerd.

Bij afbeelding: Dit monster is ongeveer 12 micron dun: twaalfduizendste millimeter! Op deze manier bestudeerd, wordt duidelijk dat de grote deeltjes een complexe poreuze structuur hebben. De regelmatig verdeelde minuscule witte pigmentdeeltjes zijn afkomstig uit het bindmiddel.