Normaal licht

Het onderzoek naar een schilderij begint altijd met het blote oog en bij normaal licht. Deze directe bestudering van het schilderij blijft het uitgangspunt voor het gehele onderzoek: de standaard waarmee alle verdere onderzoeksresultaten worden vergeleken. Met een vergrootglas of microscoop kan de onderzoeker details vergroten en aspecten als penseelstreken, barsten en vingerafdrukken in de verflaag bestuderen.

Strijklicht

Kijken bij strijklicht is een volgende stap in het onderzoek naar een schilderij. Door een lichtbron aan de zijkant van het schilderij te plaatsen, ‘strijkt’ het licht over het verfoppervlak. Deze methode vormt een hulpmiddel bij het onderzoek naar de verftextuur.

Doorvallend licht

Het is ook mogelijk een lichtbron áchter het schilderij te plaatsen. Op die manier schijnt het licht door het doek heen en zijn barsten, scheurtjes, verlies van verfdeeltjes en dunne plekken te onderscheiden.

Ultraviolet licht

De scheikundige elementen waaruit pigmenten, bindmiddelen en vernissen bestaan, lichten in ultraviolet licht op in verschillende fluorescerende kleuren. Elke kleur is een indicatie voor een specifiek element. Op die manier laten verschillende pigmenten en soorten vernis zich identificeren. Ultraviolet licht kan ook dienen om latere restauraties te onderscheiden. Deze lichten namelijk heel anders op dan de oorspronkelijke verflaag.