Na bestudering van het verfoppervlak kunnen microscopisch kleine verfmonsters – niet groter dan een speldenpunt – uit het schilderij worden genomen. Deze gaan dwars door de lagen vernis, verf en grondering van het schilderij. Aangezien het nemen van een monster een definitieve verwijdering betekent van een gedeelte van de verflaag, wordt deze techniek spaarzaam toegepast. Zo’n dwarsdoor-snede kan helpen om de samenstelling en opbouw van verflagen te onderzoeken. Om het verfmonster te prepareren voor onderzoek wordt het in een klein blokje kunsthars gegoten. Na het uitharden, afslijpen en polijsten blijft van het blokje een flinterdun plakje over. Hierin zijn de verflagen aan het oppervlak zichtbaar. Een lichtmicroscoop maakt een vergroting van 100 tot 1000 keer van het verfmonster. De onderzoeker bekijkt het monster bij normaal en ultraviolet licht en kan zo de opbouw van de verflagen én aparte pigmentkorreltjes bestuderen.