Werkgroep Holland

periode 1880-1885

De essentie van Van Goghs vroege kunstenaarschap is dat hij het aanvankelijk zelf vorm geeft. De werkgroep bestudeert de handboeken die hij las en de getekende kopieën die hij maakte naar andermans werk.

In Van Goghs vroege zelfstandige tekeningen (Etten, Den Haag) ontplooide de kunstenaar zich tot een geoefend tekenaar. Weliswaar deed hij dat om zijn latere schilderen een basis te geven, maar tekenen zou altijd een onvervreemdbaar onderdeel van zijn kunstenaarschap blijven.

Met zijn eerste schilderijen probeerde Van Gogh nadrukkelijk in de voetsporen van de Haagse School en de School van Barbizon te treden.

In Nuenen begint Van Goghs schilderen echt vorm te krijgen. Essentieel voor deze tijd is dat er, met uitzondering van Anthon van Rappard, nauwelijks directe invloeden van andere kunstenaars zijn. Van Gogh doet in Nuenen verregaand zijn kennis op uit boeken, en die spelen een hoofdrol in dit verhaal (bv. Eugène Delacroix). In Drenthe en in Nuenen maakte Van Gogh tekeningen die laten zien dat zijn vakmanschap daarin tot grote hoogte was gestegen. Zijn figuurstudies van voorjaar en zomer 1885 nemen daarin echter wel een bijzondere plaats in vanwege de zoektocht naar het weergeven van volume.