Werkgroep Arles / Saint-Rémy / Auvers-sur-Oise

(februari 1888-juli 1890)

Na zijn vestiging in Arles begon Van Gogh de in Parijs verworven ideeën en technieken ambitieus uit te buiten. In zijn directe omgeving had hij echter niemand die hem beïnvloedde, met uitzondering van Paul Gauguin in het najaar van 1888. Indirecte invloed is er wel in de vorm van de briefwisselingen met Emile Bernard en Gauguin, waarin artistieke standpunten worden uitgewisseld. Van belang is verder het ontstaan van een wisselwerking tussen zijn schilderijen en zijn tekeningen.

Van Gogh bereikte als tekenaar de top van zijn kunnen in Arles. De rietpen is zijn voornaamste instrument, maar er zijn ook tekeningen in gemengde technieken die nieuwe artistieke overwegingen laten zien. Hij is vooral zijn eigen inspirator.

In Saint-Rémy raakten de krachtige kleurcontrasten van Arles wat op de achtergrond, het palet werd gedempter. Daarnaast ging Van Gogh een penseelstreek hanteren die schatplichtig was aan zijn tekeningen. Opvallend aan zijn schilderijen uit Auvers-sur-Oise is de keuze voor ongebruikelijke formaten, zoals vierkanten en dubbele vierkanten, waarbij hij terug lijkt te grijpen op de School van Barbizon (Charles-François Daubigny).

Na een intensieve periode van tekenen in de eerste helft van Van Goghs verblijf in Arles, richtte hij zich vanaf het najaar van 1888 voornamelijk op het schilderen. Het grootste deel van Van Goghs getekende oeuvre uit de periode najaar 1889 – juli 1890 is zeer schetsmatig.