Werkgroep Antwerpen / Parijs

(najaar 1885-begin 1888)

Van Gogh liep in Nuenen vast met zijn oefeningen op het gebied van figuur en kleur. Hij voelde ook een grote behoefte aan een artistiek meer inspirerende omgeving. Eind 1885 vertrok hij daarom naar Antwerpen om daar aan de Academie les te volgen in het figuurtekenen. Het zien van schilderijen van oude meesters inspireerde hem tot een helderder palet en een lossere manier van schilderen.

Ook in Parijs – bij leermeester Fernand Cormon – zocht Van Gogh naar een betere beheersing van de menselijke figuur (proportie, anatomie) door te tekenen en te schilderen. Daarbij leerde hij uiteindelijk vooral wat hij niet wilde. Er was een groot verschil tussen zijn eigen techniek en die van het gangbare onderwijs, waarbij men geen krachtige modellering toestond, maar de voorkeur gaf aan gedoezelde overgangen van licht naar donker.

Van Gogh ontwikkelde zich in Parijs tot een moderne kunstenaar, dankzij zijn contacten met diverse kunstenaars en de kunst die hij kon bestuderen. Hij moderniseerde zijn palet, schilderde enige tijd met verdunde olieverf (net als Henri de Toulouse-Laurtrec), werkte een paar maanden pointillistische (onder invloed van Paul Signac) en experimenteerde, met verschillende dragers en gronderingen op zoek naar een mat uiterlijk van zijn schilderijen. Iets waarmee de avant-garde zich wilde afzetten tegen de academische traditie.

Omdat de omslag in zijn werk vooral plaats moest vinden in zijn schilderijen, stelde Van Gogh het tekenen in Parijs wat op de achtergrond. Een nieuwe manier van werken treffen we wel aan in zijn aquarellen en gekleurde krijttekeningen.