De bloggers

Deze pagina geeft een overzicht van alle bloggers, alfabetisch gerubriceerd op voornaam. Scroll om te lezen over de andere bloggers.

Birgit Reissland

Mijn naam is Birgit Reissland (1969). Sinds 1996 werk ik bij het Instituut Collectie Nederland (sinds 1 januari 2011 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) als onderzoeker op het gebied van papierconservering.

Naast mijn lidmaatschap van het bestuur van de International Association of Book and Paper conservators (IADA) ben ik hoofdredacteur van het Journal of PaperConservation. Via mijn studie als papierrestaurator aan de Staatliche Akademie der Bildenden Künste Stuttgart ben ik hier in Amsterdam terecht gekomen. De restauratiewereld is te klein om zich te beperken tot landsgrenzen.

Destijds heb ik meegewerkt aan de ontwikkeling van fytaat als middel voor het tegengaan van inktvraat. Dat thema inktvraat is eigenlijk nog steeds actueel, al ligt de nadruk nu op schadeprognose en conserveringsbesluitvorming. Ik ben dus opgeleid als restaurator, maar heb in de loop van de tijd gemerkt dat ik als onderzoeker gefascineerd ben van alles wat te maken heeft met het ontstaan van brieven, tekeningen, boeken, behang: de materialiteit van het creatieproces. Het is spannend om te zien hoe één zandkorrel op een inktlijn de betekenis van een document kan veranderen. Met name bij kunst op papier en handschriften vormen materiële aspecten een nog grotendeels onontgonnen terrein. Het ontrafelen van die waardevolle sporen zal ons onze perceptie veranderen.

Een dergelijk onderzoek is alleen in een heel specifieke context mogelijk. Een cruciaal ingrediënt is het bestaan van een instituut als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, met een uitzonderlijk aantal historische bronnen, unieke referentiecollecties (b.v. van vroeg synthetische kleurstoffen), non-destructieve, hoog sensitieve analysetechnieken en een team aan experts, gespecialiseerd op onderzoek aan kunstvoorwerpen. Tegelijkertijd krijgen chemische analyses pas betekenis in de context van (kunst)historische en kunsttechnologische gegevens. Kijken en begrijpen, dat is het geheim.

Het Van Gogh Atelierpraktijkproject biedt ons als multidisciplinair team van kunsthistorici, natuurwetenschappers en restauratoren een unieke kans de materialiteit van Van Goghs werk te leren 'lezen' en begrijpen en met andere ogen te waarderen. Wordt vervolgd...

Laatste artikel: Geen

admin

Devi Ormond

Mijn belangstelling voor de manier waarop schilderijen worden gemaakt werd gewekt door de woorden ‘Ne touche pas!’, geuit door een suppoost in het Louvre. Ik was net zeven toen ik te horen kreeg dat ik bij een schilderij vandaan moest blijven, terwijl ik het zo zielsgraag wilde aanraken. Pas veel later ontdekte ik dat er een beroep bestond waarbij ik schilderijen niet alleen mocht aanraken, maar ook kon leren begrijpen hoe ze worden gemaakt. En dat je zo een belangrijke bijdrage kon leveren aan hun instandhouding.

Ik heb aan het Trinity College in Dublin Engels en Frans gestudeerd en ben vervolgens gaan reizen en lesgeven in het Midden-Oosten. Drie jaar later keerde ik terug naar Ierland, waar ik ging samenwerken met de schilderijenrestauratoren in de National Gallery en een cursus kunst en chemie volgde. Het jaar daarop werd ik aangenomen voor de masteropleiding conservering van beeldende kunst in Newcastle, met als specialisatie ezelschilderijen.

Tijdens deze opleiding liep ik stage bij verschillende musea, waar ik ervaring opdeed in het onderzoeken en behandelen van uiteenlopende schilderijen uit de vijftiende tot de twintigste eeuw. Voordat ik bij het Van Gogh Museum terechtkwam, maakte ik bij het Victoria and Albert Museum in Londen schilderijen tentoonstellingsklaar voor de heropening van de zalen met 19de-eeuwse kunst. Bij het Kröller-Müller Museum restaureerde ik mijn eerste Van Gogh, naast schilderijen van andere 19de-eeuwse schilders. In die periode werd ik als gastrestaurator naar het Getty Museum in Los Angeles gestuurd, wat me in de luxe positie bracht dat ik de materialen en technieken van de 19de-eeuwse Franse schilder Fantin-Latour kon bestuderen.

In september 2005 werd me gevraagd deel te nemen aan het project Van Goghs atelierpraktijk, in eerste instantie om schilderijen te bestuderen die Van Gogh in zijn Nederlandse periode maakte. Vervolgens kreeg ik het verzoek eens een blik te werpen op de schilderijen van zijn Nederlandse tijdgenoten en voor ik er erg in had, had ik de leiding over de werkgroep Nederland en zat ik ook in de andere twee werkgroepen van het project.

Momenteel coördineer ik het onderzoek dat de leden van de werkgroep Holland uitvoeren en ben ik verantwoordelijk voor het technisch onderzoek van schilderijen van Van Gogh en zijn tijdgenoten uit deze periode. Ook doe ik research naar schilderijen van kunstenaars die Van Gogh tijdens zijn verblijf in Antwerpen en Frankrijk heeft gekend en ontmoet: ik vergelijk hun materiaalgebruik en technieken met die van Van Gogh.

Juist dit aspect van het project trekt me het meest: niet alleen mag ik proberen vast te stellen welke schildertechnieken Van Gogh hanteerde en welke materialen hij gebruikte, ik krijg ook de werken onder ogen van al even geweldige kunstenaars als Mauve, Breitner, De Toulouse-Lautrec, Bernard en Gauguin. Wat een voorrecht: het onderzoek biedt me steeds nieuwe inzichten in de praktijk van de kunstenaars die aan het eind van de 19de eeuw in Nederland en Parijs werkten! Je kunt zo makkelijk gefascineerd raken door hoe een tijdgenoot dacht en werkte, dat je het bijna als een project op zich gaat beschouwen! De uitdaging van het project is gefocust te blijven op het hoofddoel: proberen een verband te leggen tussen het onderzoek dat tijdgenoten van Van Gogh uitvoerden en het onderzoek dat Van Gogh zelf deed.

Laatste artikel: Verborgen in het veen

admin

Ella Hendriks

After completing a Foundation Course at Wimbledon Art College in 1979, where I soon realized that my potential as an artist was limited, I switched to the study of Art History at Manchester University. There I remember being very stubborn about the idea of learning about pictures from books when there were so many real paintings to be seen and enjoyed. It is this deep-seated interest in understanding the painter’s methods and ideas through close contact with art works that steered me towards becoming a paintings conservator (trained at the Hamilton Kerr Institute, UK) and which still gives me strong satisfaction in my work as a conservator today.

They say that the Dutch and the English like each other. There must be some truth in this, since I was born in England to Anglo-Dutch parents and moved to Holland in 1986 where I married a Dutchman. In Holland I have worked for twenty-five years as a paintings conservator, divided equally between the Frans Hals Museum in Haarlem and the Van Gogh Museum. I look back with affection on my twelve years as Chief Conservator at the Frans Hals Museum, which was a wonderful opportunity to investigate and conserve old master works that are still housed in the city of Haarlem where many of them were made. At first it seemed quite a switch to turn to the nineteenth-century focus of the Van Gogh Museum collection, where I became Senior Conservator in 1999. But there was little time to reflect on this as, almost straight away, I was swept into a campaign of technical and scientific research on the 93 Antwerp and Paris period paintings by Van Gogh in the collection, in preparation for a new collection catalogue (goes to press this week! That is the 20th of May 2011).

From 2005, the existing partnership with scientists at Shell and at the Netherlands Cultural Heritage Agency (RCE) expanded into the current studio practice project. Having blogged on the restoration of Vincent’s Bedroom painting in 2010, I now look forward to blogging for the studio practice project on findings that relate to Van Gogh’s French period paintings. As a member of the two last working groups I will be looking into topics ranging from painted borders and serial paintings to double-square format canvases and digital analysis of canvas weaves.

Laatste artikel: Met wat hulp van de computer…

admin

Helewise Berger

Helewise Berger (1985) begon in februari 2007 tijdens haar master Moderne Kunst aan de Universiteit Utrecht als stagiaire bij het Van Gogh Museum. Voor het project Van Goghs Atelierpraktijk deed zij onderzoek naar Van Gogh en zijn tijdgenoot George Hendrik Breitner, met wie hij in 1882-1883 in Den Haag optrok.

Laatste artikel: Breitners Hoefsmid

admin

Kathrin Pilz

Oorspronkelijk wilde ik graag kinderarts worden, maar bijna per toeval ging ik een korte stage lopen in het restauratieatelier van een klein museum in Hamburg toen ik nog op school zat. Meteen raakte ik gefascineerd door de mogelijkheid dat ik later een bijdrage zou kunnen leveren aan het onderzoek, de conservering en de restauratie van kunstvoorwerpen. Zodat zij voor volgende generaties bewaard blijven.

Ik heb de opleiding tot gediplomeerd restaurator met als specialisatie schilderijen bij de Fachhochschule Köln in Duitsland gevolgd (2000-2007). Tijdens die academische, maar toch praktisch georienteerde opleiding heb ik meerdere stages gelopen bij een aantal freelance restauratoren en musea in Duitsland, Engeland en Nederland waaronder de Staatliche Kunsthalle in Karlsruhe, het Hamilton Kerr Institute in Cambridge en het voormalige Instituut Collectie Nederland in Amsterdam (nu Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed). Daarnaast heb ik aan projecten meegewerkt op het eilandje Lopud in Kroatië, in het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen en (opnieuw) bij het Instituut Collectie Nederland in Amsterdam. Tijdens mijn studiereizen zag ik niet alleen mooie steden zoals Sankt Petersburg, Londen, Madrid en Antwerpen, maar kon ik ook de musea en hun restauratieateliers van binnen bekijken. Ik houd van deze kant van mijn beroep: het is een hele kleine wereld onder de restauratoren en juist daardoor heb je de kans over de grenzen heen snel contact te maken met collega’s en ervaringen en ideeën uit te wisselen. Dat vind ik zeer verrijkend!

Minstens net zo verrijkend vind ik mijn baan bij het Van Gogh Museum. In 2008 ben ik gevraagd aan het atelierpraktijk project deel te nemen om de schildertechniek en –materialen van Vincent van Gogh te onderzoeken. Een unieke kans om de schilderijen die hij in Arles en Saint-Rémy vervaardigde uitgebreid te bestuderen – in het bijzonder de werken die hij buiten (en plein air) schilderde en de in Saint-Rémy gemaakte kopieën naar door hem bewonderde kunstenaars. En natuurlijk geniet ik van de luxe mogelijkheid om met zeer gespecialiseerde collega’s van verschillende disciplines samen te werken. Ik leer daardoor ontzettend veel!

Laatste artikel: Schilderen op het strand

admin

Leo Jansen

Sinds december 2005 ben ik conservator schilderijen in het Van Gogh Museum. Daar begon ik in 1994 als onderzoeker bij het Brievenproject, dat in oktober 2009 werd afgerond met de nieuwe uitgaven van Van Goghs correspondentie, in boekvorm en als webeditie.

Wat mij in literatuur en kunst erg interesseert is de vraag naar waar het vandaan komt en hoe het tot stand komt. Met andere woorden: met welk artistiek programma, met welke ideeën over kunst, mens, eeuwigheid zette de maker zich aan het werk, en vervolgens: hoe ging hij te werk? (‘Hij’ is hier uiteraard m/v.)

In het atelierpraktijkproject kan ik me wat dat betreft dus uitleven. Natuurlijk zijn het de restauratoren en de onderzoekers bij ICN en Shell die de technische informatie boven water halen. Maar juist door hun bevindingen te koppelen aan wat we zien en met wat we uit de brieven en andere literatuur weten, zien we Van Gogh echt aan het werk.

Mijn inhoudelijke bijdrage aan het project zit vooral aan de late kant: Van Goghs tijd in Frankrijk. Zijn verhouding tot Gauguin en Bernard, het werken ‘en plein air’ en zijn brede landschappen (‘dubbele vierkanten’) in de laatste maanden zijn mijn hoofdonderwerpen.

Laatste artikel: Een landschap van formaat

admin

Luc Megens

Bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werk ik onder andere aan onderzoek van beschilderde objecten, van schilderijen tot gebouwen, en ben ik verantwoordelijk voor een aantal analysemethoden om anorganische materialen te identificeren. Anorganische materialen zijn bv. metaal, glas, steen, maar ook veel pigmenten, de stoffen die kleur geven aan verf. Een belangrijk deel van mijn tijd besteed ik nu aan het onderzoek naar Van Goghs Atelierpraktijk. Hierin werk met een techniek (XRF) waarmee zonder monsters te nemen van een schilderij of tekening een indruk gekregen kan worden welke materialen Van Gogh gebruikt heeft.

Ik ben in dit werk terecht gekomen, doordat ik tijdens mijn studie Klassieken onderzoek heb gedaan naar pigmenten in Romeinse muurschilderingen. Daarnaast heb ik ook scheikunde gestudeerd. Voordat ik bij het RCE kwam heb ik een promotieonderzoek aan de Universiteit Groningen gedaan naar de oorsprong van organisch materiaal in kustzeeën en heb een aantal jaren als software ontwikkelaar gewerkt.

Laatste artikel: Van Gogh moet kleur bekennen…

admin

Maite van Dijk

Maite van Dijk is conservator Schilderijen bij het Van Gogh Museum, met als specialisatie Van Goghs tijdgenoten. Daarnaast is ze verantwoordelijk voor de collectie negentiende-eeuwse schilderijen van de Mesdag Collectie in Den Haag.

Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en volgde een deel van haar studieprogramma in Italië. Met het behalen van de master museumconservator rondde zij haar studie af. Haar stages, bij Musée d’Orsay in Parijs, waar ze meewerkte aan de catalogus voor de tentoonstelling Neo-Impressionisme, de Seurat à Paul Klee (2005), en als assistent-conservator bij het Van Gogh Museum, stonden in het kader van haar specialisatie in laat 19de-eeuwse kunst.

De afgelopen jaren heeft ze meegewerkt aan diverse tentoonstellingen en onderzoeksprojecten op dit gebied. Voor ze bij het Van Gogh-team kwam, werkte ze voor het Museum of Modern Art in New York mee aan de tentoonstelling Van Gogh and the Colors of the Night (2008).

Maite maakt deel uit van de werkgroep Holland. Als kunsthistoricus richt ze zich op Nederlandse tijdgenoten van Van Gogh zoals Anton Mauve en Anthon van Rappard. Ze geniet ervan om Van Goghs voetstappen terug te volgen en zijn bezoeken aan tentoonstellingen en musea te reconstrueren. De kunstenaar bewonderde niet alleen de oude meesters, maar genoot ook van de negentiende-eeuwse schilderijen van de Haagse School en de School van Barbizon, beide goed vertegenwoordigd in de Mesdag Collectie. Ze vindt de interdisciplinaire benadering van het project Atelierpraktijk zeer inspirerend, omdat dit nieuwe mogelijkheden opent om naar kunst te kijken.

Laatste artikel: Het effect van kleur

admin

Marije Vellekoop

Sinds de zomer van 2008 ben ik projectleider van het onderzoeksproject Van Goghs atelierpraktijk. Ik combineer het projectleiderschap met mijn functie als Conservator prenten en tekeningen van het Van Gogh Museum. Ik ben vanaf de start in 2005 als onderzoeker bij het project betrokken en had die eerste jaren de leiding over het tekeningenonderzoek binnen het project. Dit onderzoek richtte zich vooral op de identificatie van inkten die Van Gogh in zijn getekende oeuvre gebruikte, een onderzoek dat in samenwerking met collega's van ICN en met papierrestaurator Nico Lingbeek werd gedaan. Ook nu nog wordt hier onderzoek naar gedaan.

Als projectleider heb ik gezorgd voor een heldere structuur, een duidelijke omschrijving van taken en bevoegdheden van de betrokkenen, multidisciplinaire onderzoeksteams, een gedegen projectplan en een ambitieus onderzoeksplan. Nu geef ik vooral leiding aan het lopende onderzoek en de ontwikkeling van het concept van de tentoonstelling in 2012.

Ik werk sinds 1995 in het Van Gogh Museum, eerst als assistent-conservator en sinds 1999 als Conservator prenten en tekeningen. Ik heb veel onderzoek gedaan naar de tekeningen van Van Gogh en dit gepubliceerd in de reeks bestandscatalogi van het museum, essays en artikelen. Ook heb ik meegewerkt aan twee grote tentoonstellingen over Van Gogh in 2005 (Van Gogh Museum en Metropolitan Museum, New York) en 2008 (Albertina, Wenen).

Laatste artikel: Geen

admin

Muriel Geldof

De materialen en technieken die Van Gogh gebruikte in zijn schilderijen onderzoek ik sinds 2000. In dat jaar ben ik namelijk gaan werken als onderzoeker bij het ICN, dat sinds 2011 is ondergebracht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Eén van de twee grote projecten waar ik gelijk aan kon beginnen was het onderzoek voor de Van Gogh schilderijencatalogus. Voor dat project heb ik monsters onderzocht van álle schilderijen die Van Gogh in Antwerpen en Parijs gemaakt heeft en die zich in de collectie van het Van Gogh Museum bevinden. Dat zijn er ongeveer honderd. De uitkomsten van dat onderzoek vormen de basis voor het project waar ik nu aan mee werk: ‘Van Goghs Atelierpraktijk’. Voor dit project ben ik, naast onderzoeker, ook projectleider vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Binnen het project ‘Van Goghs Atelierpraktijk’ onderzoek ik monsters van zowel schilderijen van Van Gogh als zijn tijdgenoten. De technieken die ik daarbij gebruik zijn voornamelijk optische microscopie en SEM-EDX. Voor deze laatste reis ik zo nu en dan naar de laboratoria van Shell in Amsterdam Noord, waar ik samen met Kees Mensch, onderzoeker van Shell, de apparatuur bedien.

Voordat ik bij het ICN in dienst kwam heb ik twee jaar gewerkt binnen het MolArt-project bij het FOM-AMOLF in Amsterdam. Daar was ik werkzaam als FTIR- en optische microscopist en op het vlak van de IR-reflectografie. Een jaar eerder ben ik afgestudeerd in Scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Laatste artikel: Een nieuwe kleur in Van Goghs palet

admin

Nienke Bakker

Ik ben sinds 1 november 2010 conservator Tentoonstellingen bij het Van Gogh Museum. Als onderzoekster bij dit museum werkte ik de afgelopen tien jaar mee aan diverse tentoonstellingen en publicaties over het leven en werk van Vincent van Gogh.

Ik heb kunstgeschiedenis en Frans gestudeerd in Utrecht, Leiden en Lille. In 2000 begon ik bij het Van Gogh Museum als projectmedewerker bij de voorbereidingen voor de tentoonstelling De keuze van Vincent. Van Goghs Musée imaginaire (2003), waarin een overzicht werd gegeven van Van Goghs inspiratiebronnen. Deze tentoonstelling was voor een groot deel gebaseerd op het onderzoek voor het zogeheten Brievenproject, waaraan sinds 1994 gewerkt werd door Hans Luijten en Leo Jansen. Een geweldig project waaraan ik in 2002 zelf ook mocht gaan meewerken, en dat in 2009 werd afgesloten met de wetenschappelijke editie van de volledige briefwisseling van Vincent van Gogh (www.vangoghletters.org). Ik heb mij vooral beziggehouden met de annotatie en de vertaling van de Franse brieven van Van Gogh, dus uit de periode 1886-1890, toen hij in Frankrijk woonde. Een van de leukste aspecten van het onderzoek was het identificeren van de werken waarover hij schrijft en de reconstructie van de zendingen schilderijen en tekeningen die hij naar zijn broer Theo stuurde vanuit Arles en Saint-Rémy. Het is als een puzzel die je probeert op te lossen: welk werk zat in welke zending, en over welke versie van de Zonnebloemen heeft hij het hier?

Bij het project Van Goghs atelierpraktijk maak ik deel uit van de werkgroepen Antwerpen-Parijs en Arles-Saint-Rémy-Auvers. Ik heb onderzoek gedaan naar contemporaine bronnen over Van Gogh in Parijs en zal met Devi Ormond de artistieke uitwisseling en beïnvloeding tussen Van Gogh, Bernard en Gauguin onder de loep nemen. Ook ben ik als conservator betrokken bij de tentoonstelling die in 2013 in het Van Gogh Museum te zien zal zijn (werktitel: Van Gogh aan het werk), waarin de resultaten van het onderzoek naar Van Goghs atelierpraktijk aan het publiek worden gepresenteerd.

Laatste artikel: Van Goghs contacten met collega’s in Parijs

admin

René Boitelle

Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Leiden en daarna volgde ik de opleiding tot restaurator Schilderijen en Beschilderde voorwerpen bij de SRAL in Maastricht. Sindsdien werk ik als restaurator schilderijen bij het Van Gogh Museum. Ik ben gespecialiseerd in onderzoek en behandeling van 19de-eeuwse schilderijen,met een bijzondere belangstelling voor de School van Barbizon en voor impressionistische en postimpressionistische schilderkunst. Onderzoeksresultaten over de schildertechnieken van o.a. Th. Rousseau, J.-F. Millet en O. Redon heb ik in verschillende artikelen en op symposia gepresenteerd.

In een eerder fase van het AP-project maakte ik deel uit van de werkgroep Holland, met als bijzonder aandachtsgebied de vroege schildertechnieken van George H. Breitner en het gebruik van een perspectiefraam door Paul J.C. Gabriël.

Inmiddels lever ik een bijdrage aan de werkgroep Antwerpen-Parijs van het Atelierpraktijk project met als aandachtspunt het pointillisme, in het bijzonder het werk van P. Signac uit de jaren 1886-87.

Laatste artikel: Snel gepenseelde figuren

admin

Renske Suijver

Mijn naam is Renske Suijver en ik ben sinds 2009 betrokken bij Van Goghs atelierpraktijk, als coördinator en onderzoeker in de werkgroep Holland. Als coördinator probeer ik samen met projectleider Marije Vellekoop zicht te houden op de planning van het onderzoek, niet altijd even makkelijk met zo’n grote groep mensen van verschillende instellingen.

Als onderzoeker richt ik mij vooral op het vroege oeuvre van Van Gogh, en de tijdgenoten en bronnen die hem geïnspireerd hebben in die periode. Onderwerpen waar ik me voor dit project mee bezig houd zijn onder meer Van Goghs contact met tijdgenoot Herman van der Weele, de invloed van tijdschriftillustraties op de onderwerpskeuze en tekenstijl van Van Gogh en de rol die schetsboekjes speelden in zijn atelierpraktijk.

De beeldende kunst in de tweede helft van de negentiende eeuw, in het bijzonder de Nederlandse kunst, interesseert me zeer. Naast dit project verdiep ik me ook in deze kunst ten bate van het onderzoek en de herinrichting van De Mesdag Collectie in Den Haag, dat ook onder beheer van het Van Gogh Museum valt.

Ik werk sinds januari 2009 in het Van Gogh Museum als Junior Onderzoeker. Voordat ik in dit museum kwam werken, werkte ik in het Rijksmuseum. Ik heb een bachelor kunstgeschiedenis en een master museumconservator.

Laatste artikel: Van Goghs schetsboekjes

admin

Rob Bouwman

Wie is Rob Bouwman en wat doet hij?

Voor het Van Gogh project doe ik voor Shell alles wat nodig is om de mensen bij Shell gelukkig te houden. Gelukkig doen ze daar bij Shell daar niet moeilijk over zolang goede resultaten worden bereikt. En dat worden ze!

Mijn zorg is het geld van Shell goed te besteden. Dus de uren wetenschappelijk werk in het Shell Laboratorium te Amsterdam zo effectief mogelijk gebruiken.

Waarom mag ik dat eigenlijk doen?

Bij Shell heb ik als chemicus/fysicus 25 jaar gewerkt waarvan de helft in de Research, dus in het Laboratorium. In die tijd heb ik veel geleerd over ingewikkelde instrumentele analyse technieken, technieken die we nu toepassen in het speurwerk naar de “geheimen” van Van Gogh. Maar ik heb ook vanaf mijn vroege jeugd grote belangstelling gehad voor tekenen en schilderen en heb dat na mijn 55e ook geprofessionaliseerd. Van Gogh is altijd een van mijn favoriete schilders geweest naast Monet en Gauguin.

Dat bij elkaar maakte het voor de direktie van Shell vanzelfsprekend me te vragen haar belangen in dit project te bewaken.

We zijn vanaf het jaar 2000 begonnen met wat we achteraf kunnen noemen "vingeroefeningen" en exploratief onderzoek en in 2005 kwam het tot een Partnership in Science met het Van Gogh Museum.

Samen in een klein team van mensen uit het Van Gogh Museum, ICN en Shell, werken we aan het in kaart brengen van het inwendige van de schilderijen van Vincent Van Gogh. Dat doen we met de Scanning Electronen Microscoop, maar ook met andere technieken waarover ik binnenkort iets aparts zal schrijven. Na elke drie maanden bespreken we de voortgang, dat wordt goed opgeschreven en die rapporten worden ook naar de sponsor Shell gestuurd.

Wat mezelf betreft: ik ben in 1940 in het voormalige Nederlandsch-Indië geboren, in 1954 naar Nederland gegaan – volgens de normen van nu was ik toen dus allochtoon – heb chemie gestudeerd en ben in de fysica gepromoveerd, 12 jaar in de Research bij Shell in Amsterdam en Houston en daarna voornamelijk management tot 1995. Vervolgens doorgegaan in de Schone Kunsten, en tot op heden een gelukkig mens op het grensvlak van bèta-wetenschap en schilderkunst.

Gehuwd, twee kinderen en zes kleinkinderen, wat wil een mens nog meer?

Laatste artikel: Complementaire kleuren fysisch bekeken

admin

Suzanne Veldink

Toen ik vorig jaar zomer solliciteerde naar de functie van assistent-conservator bij het Van Gogh Museum, werd mij als onderdeel van de procedure gevraagd een zaaltekst te schrijven bij Van Goghs schilderij Tuin met geliefden: Square Saint-Pierre. Het werk ontstond in de zomer van 1887 toen Van Gogh intensief experimenteerde met de pointillistische schildertechniek, zoals destijds beoefend door Georges Seurat en Paul Signac. Aangezien ik het werk nog niet kende, besloot ik het in het museum te gaan bekijken. Op zaal aangekomen sprong het werk – een van Van Goghs grootste doeken – direct in het oog: door het contrasterende kleurgebruik en de variëteit aan verfstreken waarmee Van Gogh de zomerse voorstelling opbouwde knalde het werk als het ware van de wand. Ik kon toen nog niet vermoeden dat ik mij in het kader van het onderzoeksproject Van Goghs atelierpraktijk verder in dit werk zou gaan verdiepen.

Binnen Van Goghs atelierpraktijk maak ik deel uit van de werkgroep Antwerpen – Parijs. Mijn onderzoek richt zich op een specifiek aspect uit Van Goghs Parijse tijd: de invloed van pointillisten als Georges Seurat en Camille Pissarro op Van Gogh en de manier(en) waarop hij deze invloeden in zijn eigen werk vertaalde. Het project biedt mij een mooie kans om Van Goghs Parijse werk beter te leren kennen, zowel op kunsthistorisch als op materiaal-technisch gebied. Door Van Goghs werk te vergelijken met tijdgenoten, leer ik zijn artistieke originaliteit nog beter op waarde te schatten.

Voordat ik bij het Van Gogh Museum kwam, ben ik als gastconservator werkzaam geweest bij Museum De Mesdag Collectie en The Burrell Collection in Glasgow. Naast mijn werk in het Van Gogh Museum ben ik als promovendus verbonden aan de University of Edinburgh waarbij ik onderzoek doe naar het verzamelen van de kunst van de Haagse School in negentiende-eeuws Schotland.

Laatste artikel: Missing links

admin

Teio Meedendorp

Teio Meedendorp is kunsthistoricus en sinds maart 2009 werkzaam als onderzoeker in het Van Gogh Museum. Daarvoor werkte hij geruime tijd voor het Kröller-Müller Museum in Otterlo, waar hij eerst in een team van onderzoekers de collectie Van Gogh schilderijen onder de loep nam, en vervolgens zelfstandig de collectie Van Gogh tekeningen. Dit resulteerde in twee bestandscatalogi, verschenen in 2003 en 2007. Voordat hij zich in Van Gogh specialiseerde, deed hij onder andere onderzoek naar de relatie tussen ‘kleine religies’ (occultisme, spiritisme, e.d.) en beeldende kunst aan het eind van de 19de eeuw, en was hij een van de initiators van de Alma-Tadema tentoonstelling die in 1996/’97 plaatsvond in het Van Gogh Museum en de Walker Art Gallery in Liverpool. Verder verzorgde hij bijna 10 jaar de redactie van het Bulletin van de Vereniging Rembrandt.

Voor het onderzoeksproject Van Goghs atelierpraktijk maakt Teio deel uit van alle drie werkgroepen (Holland, Antwerpen-Parijs, en Arles-St.Rémy-Auvers). Onderzoek naar Van Goghs tekenwerk vormt een zwaartepunt in zijn betrokkenheid bij het project. Voor de werkgroep Holland richt hij zich in het bijzonder op Van Goghs vroege leerperiode, het gebruik van handboeken en tekenmethodes, academisch onderricht, e.d.

Laatste artikel: Atelier achter tralies

admin

Van Gogh aan het werk

Laatste artikel: Het laboratorium in

admin