1 reactie »

Complementaire kleuren fysisch bekeken

Op deze blog is de complementariteit van kleuren al een paar keer aan de orde geweest. Wat maakt die complementariteit zo bijzonder? Daarvoor is een natuurkundige verklaring. De oogzenuw die de binnenstromende informatie in vormen en kleuren vertaalt, heeft voor het omgaan met kleur een heel aparte eigenschap. Iedere kleur die op die zenuw valt, wordt opgevat als ware het een aanval die moet worden afgezwakt. Dat doet het oog door razendsnel een passend filter in een complementaire kleur te bouwen om de oogzenuw voor irritatie te beschermen. Met dat filter in een complementaire kleur wordt als het ware de oorspronkelijke kleur enigszins ontkleurd. 

Doe de volgende proef maar eens op een zonnige dag. Neem een groot stuk helder wit papier en breng daarop een knalrode vlek aan. Hou het papier in de zon en kijk 20 seconden strak naar die rode vlek. Doe dan je ogen dicht en je ziet die vlek nagloeien, niet in het rood, maar in de bij het rood horende complementaire kleur groen. Omgekeerd levert een knalgroene vlek een nagloeiend rode vlek op. Neem je een van de twee andere primaire kleuren, blauw of geel, dan vormt zich een nabeeld in de respectievelijke complementaire kleuren oranje en violet. 

So what? vraag je je nu misschien af. De schilder die dit verschijnsel goed begrijpt en hier in de kleurcompositie van zijn schilderij rekening mee houdt, kan interessante effecten bereiken. Complementaire kleuren werken door bovengenoemde fysische oorzaak namelijk sterk op elkaar in: een toefje oranje op een blauw vlak, versterkt die kleuren. Een groene vlek tegen een rode achtergrond geeft een helderder contrast dan tegen een bruine. Kijk maar eens goed naar Van Goghs schilderijen, vooral uit zijn Zuid-Franse periode, zoals Zelfportret met verbonden oor. De achtergrond in dit zelfportret is in twee kleuren verdeeld: oranje en rood. Deze vormen een krachtig contrast met de bijbehorende complementaire kleuren blauw van de muts en het groen van de jas – Van Gogh deed dat bewust, want we weten dat de muren van zijn atelier in Arles wit waren. 

Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor (uit prive collectie)

De contrasten kunnen ook subtieler en gevarieerder, zoals in pointillistische schilderijen, een techniek waarmee ook Van Gogh in zijn Parijse tijd experimenteerde. Een schilderij bekijk je namelijk niet met strak gefixeerde ogen. Je laat ze dwalen om het beeld goed in je op te nemen en daarmee breng je de oogzenuw continu in verwarring. Die moet zich voortdurend aanpassen en razendsnel van filter veranderen. Dat geeft (vooral in pointillistische werken) een interessant effect, een soort vibrato zonder dat alles staat te trillen. Neem Van Goghs schilderijtje Seine oever, uit de zomer van 1887, dat een mooi voorbeeld is van zijn experimenten met de stippeltechniek, die bij hem vooral tot een streepjestechniek zou uitgroeien: stipjes rood lichten op uit de vlekjes groene blaadjes, roze tinten krijgen een plekje in de buurt van zachtgroene, streepjes oranje worden in verschillende helderheden tegen blauwe geplaatst, etc. Het is een symfonie van kleurtjes op de vierkante centimeter. 

Vincent van Gogh, Seine oever (detail), 1887, Van Gogh Museum, Amsterdam

Zo is er meer dat in de praktijk effectief kan worden toegepast. Als bijvoorbeeld in een schilderij van een korenveld één kleur overheerst, oranjegeel, dan zullen grijze schaduwstreepjes tussen het koren – ook al zijn ze door de schilder in neutraal grijs aangebracht – waargenomen worden als blauwviolet. Dat komt omdat de oogzenuw zijn blauwviolette filter activeert om het oranjegeel te compenseren, en het grijs nu ook door dat filter wordt bekeken: simultaan contrast noemen we dat. Dus een schilder die dit alles goed begrijpt kan door bewuste aanpassing van de kleur van schaduwpartijen een prachtig stralend effect oproepen. 

Pointillisten werken niet zelden met grote vlakken en kunnen door het toepassen van complementair en simultaan contrast heel interessante kleurwaarnemingen opwekken, zoals een boeiend grijs vanuit een vlak dat is vol geschilderd met nauwkeurig ten opzichte van elkaar geplaatste oranje en blauwe stippen. Ga vooral op enige afstand staan en kijk hoe het verandert als je naar het schilderij toeloopt. 

Er is veel meer te vertellen over dit soort fysisch verklaarbare effecten op het oog en het is interessant om de publicaties van Johannes Itten (1888-1967), kunstschilder en docent, hier bijvoorbeeld eens over te lezen. Over de verschillende soorten contrasten kun je overigens ook op wikipedia leuke links vinden.

Door Rob Bouwman en Teio Meedendorp

 

Een reactie op “Complementaire kleuren fysisch bekeken”

  1. Wow Rob en Teio, een heel interessant stukje over complementaire kleuren. Fantastisch hoe je uitlegt hoe je oogzenuw omgaat met kleuren en de verwarring die de oplettende schilder teweeg kan brengen.
    Het bij fel licht naar een kleur kijken en daarna de ogen sluiten is overigens een goede methode om de complementaire kleur te vinden.
    Ik kwam grappig genoeg achter deze techniek door met gesloten ogen naar de zon te kijken en vervolgens de ogen af te dekken. Het fel rood-oranje wordt vervangen door een prachtig diep blauw.
    Deze zonnebad-oefening schijnt trouwens heel goed te zijn om meer kleur te gaan zien. Best belangrijk voor een schilder niet waar?

    Bedankt voor je interessante artikel.

    Vriendelijke groet,

    Alex Mooyman