Reageren? »

Met wat hulp van de computer…

Met een beetje hulp van de computer kom je heel ver, en dat geldt ook voor restauratoren. Pakweg vijf jaar geleden ging het Van Gogh Museum een nieuw samenwerkingsproject aan met deskundigen op het gebied van elektro- en computertechniek. Doel was de ontwikkeling van computerhulpmiddelen voor het onderzoek van schilderijen op doek.

Dit initiatief mondde uit in het ‘Thread Count Automation Project’ (TCAP), dat onder leiding staat van prof. Richard C. R. Johnson en prof. Don H. Johnson, respectievelijk verbonden aan de Cornell-universiteit en de Rice-universiteit in Amerika. Het gebruik van de gespecialiseerde software verschaft een nieuwe kijk op de keuze van Van Gogh voor bepaalde typen schildersdoek, zeker als zijn doeken worden vergeleken met die van andere schilders uit zijn tijd, zoals dit voorbeeld laat zien.

Draden tellen

Het komt er in het kort op neer dat de computer het aantal verticale en horizontale draden per vierkante centimeter van een beschilderd doek nauwgezet telt. Meestal wordt deze geautomatiseerde draadtelling uitgevoerd op een digitale röntgenfoto, die de weefstructuur van het schilderslinnen zichtbaar maakt.

Detail van een röntgenfoto van een schilderij die de weefstructuur van het doek zichtbaar maakt, met daaroverheen een telraster geprojecteerd.

Detail van een röntgenfoto van een schilderij die de weefstructuur van het doek zichtbaar maakt, met daaroverheen een telraster geprojecteerd.

Weefkaart

Bij de automatische draadtelling komen kleine verschillen aan het licht in de onderlinge afstanden tussen de draden. Deze verschillen zijn het gevolg van het weefproces. Ze worden weergegeven in zogeheten ‘weefkaarten’, in de vorm van strepen met een kleurcodering. Daaruit komt voor ieder doek een specifiek patroon naar voren. Wanneer het strepenpatroon in de weefkaart van een bepaald schilderij exact overeenkomt met dat van een ander schilderij kunnen we spreken van een ‘weefmatch’: de twee doeken zijn uit hetzelfde stuk geweven doek gesneden.

Een match

We waren dan ook razend enthousiast toen de computer een weefmatch liet zien tussen twee schilderijen die in 1887 in Parijs waren geschilderd. Het ene werk was gemaakt door Van Gogh, het andere door Emile Bernard, destijds een jongere vriend en collega van Van Gogh.

Reconstructie van de wijze waarop de twee schildersdoeken van de rol zijn gesneden. De oriëntatie van Emile Bernards Portret van mijn grootmoeder bleek 90˚ te zijn gedraaid in vergelijking met Gipsen vrouwentorso van Vincent van Gogh.

Reconstructie van de wijze waarop de twee schildersdoeken van de rol zijn gesneden. De oriëntatie van Emile Bernards Portret van mijn grootmoeder bleek 90˚ te zijn gedraaid in vergelijking met Gipsen vrouwentorso van Vincent van Gogh.

Weefkaart die een overeenkomst tussen de twee doeken laat zien in het patroon van de scheringdraden over de gehele lengte van de rol.

Weefkaart die een overeenkomst tussen de twee doeken laat zien in het patroon van de scheringdraden over de gehele lengte van de rol.

Hechte band

Blijkbaar waren de doeken die de twee schilders hadden gebruikt uit dezelfde rol linnen gesneden, al was dat niet door de schilders zelf gedaan, maar door een commercieel fabrikant. De achterzijde van beide schilderijen is tegenwoordig bedekt met een extra steundoek. Een gestempeld nummer ‘6’ op de achterzijde van het oorspronkelijke doek voor Gipsen vrouwentorso schijnt echter nog wel door het steundoek heen. Dit bevestigt dat het een commercieel doek is dat voorgespannen in een lijst met een standaardformaat werd verkocht: in dit geval het standaardformaat Landscape 6 (41 x 27 cm). Waarschijnlijk hebben Van Gogh en Bernard dan ook dezelfde winkel in schildersbenodigdheden op Montmartre bezocht om er kant-en-klare doeken te kopen.

Is er een hechtere band tussen twee schilders denkbaar dan dat ze hun materialen bij dezelfde winkel kopen?

 

Comments are closed.