Reageren? »

Het effect van kleur

Vincent van Gogh wordt altijd geassocieerd met kleur vanwege de heldere en levendige schilderijen uit zijn Franse periode. Zijn vroege, Nederlandse werk wordt daarentegen nooit als kleurrijk beschouwd. Dit is echter niet terecht. Kleur is een essentieel en constant element in Van Goghs gehele oeuvre. Misschien lijken de donkere schilderijen uit Nuenen (Holland) en de lichte, heldere werken uit Frankrijk ver van elkaar verwijderd, toch komen zij voort uit dezelfde kleurtheorie.  

.  

Dit is een van de weinige voorbeelden van een kleurstudie uit de serie Nuenense koppen. Van Gogh gebruikte het principe van de complementaire contrasten zoals hij het kende van Blanc: het rood van de kap contrasteert met het groen van de jurk, terwijl het geel en oranje in het haar worden versterkt door de blauwzwarte tinten in de achtergrond.

Vincent van Gogh, Kop van een vrouw, 1885

Vincent van Gogh, Zelfportret met strohoed, 1887. De helderheid van het zelfportret bereikte Van Gogh met dezelfde primaire kleuren als voorheen, maar met een beter begrip van de kleurtheorie.

Vincent van Gogh, Zelfportret met strohoed, 1887.

. 

In 1884 kwam Vincent van Gogh in aanraking met de kleurtheorieën van Charles Blanc. Diens boek (Grammaire des arts) heeft een belangrijke rol gespeeld in het kleurgebruik van Van Gogh. Blanc gaf zijn theorie weer in een duidelijk overzicht, waarin de complementaire kleuren een sleutelrol spelen. Dit zijn de kleuren die zich tegenover elkaar op de kleurencirkel bevinden en die elkaar versterken wanneer zij naast elkaar geplaatst worden (rood-groen, blauw-oranje, paars-geel). In Nuenen begon Van Gogh met deze kleurcontrasten te experimenteren.  

Kleurenschema van Charles Blanc.

Kleurencirkel van Charles Blanc

  

Door wat hij had gelezen in het werk van Blanc had Van Gogh grote bewondering voor het kleurgebruik van Delacroix. Hij wist dat kleurengradaties relatief zijn en dat een donkere kleur lichter lijkt als de kleuren eromheen donkerder zijn. Dit principe werkt als je heldere kleuren gebruikt, zoals Delacroix deed. Maar Van Gogh paste deze kleurtheorie toe met gematigde (gemengde) kleuren, zoals gebruikt door schilders van de Haagse School.  

Eugène Delacroix, De goede Samaritaan, 1849

Eugène Delacroix, De goede Samaritaan, 1849. Privé collectie

. 

Dit besef dat gradaties van kleur altijd beïnvloed worden door hun omgeving inspireerde Van Gogh gedurende zijn gehele periode in Nuenen. In een van zijn brieven demonstreerde hij dit principe in een schets van een wever. 

In de marge bracht hij twee stippen aan, die het wit van de garenstreng in de studie representeren. De toon verschilt echter voor het oog: de grijze stip drukt het wit in het licht uit, terwijl de andere stip hetzelfde wit voorstelt onder invloed van de omringende schaduw – en dus veel donkerder van toon is. 

Schets in een brief aan Theo van Gogh, midden juni 1884.

Schets in een brief aan Theo van Gogh, midden juni 1884

.

Van Gogh realiseerde zich niet dat bepaalde kleuren als geel en oranje hun kracht verliezen als zij worden aangebracht (gemixt) met donkere tonen. Als hij het werk van Delacroix had kunnen aanschouwen in een kleurenreproductie, of zelfs in het echt, zou hij zich hebben gerealiseerd dat hij het verkeerde pad was ingeslagen!

 

Comments are closed.