Reageren? »

Werkgroep Antwerpen – Parijs

 

Nederland, België en Frankrijk

Van Goghs 10-jarige carrière als kunstenaar kan verdeeld worden in een Nederlandse en Franse periode, die niet alleen ongeveer even lang duurden, maar ook werden voorafgegaan door een verblijf in België. Eind november 1885 verliet Van Gogh Brabant om in Antwerpen zijn geluk te beproeven. Hij werkte er onder andere aan de academie en bezocht er tekenclubs. Drie maanden later vertrok hij naar Theo in Parijs, met wie hij twee jaar lief en leed deelde. Omdat de broers nu samenwoonden, viel de correspondentie stil en zijn wij bijgevolg over de Parijse periode helaas nauwelijks door Vincent zelf geïnformeerd – terwijl deze twee jaren juist zo beslissend waren voor de nieuwe richting die hij met zijn kunst insloeg. Meer nog dan voor de andere periodes zijn de schilderijen en tekeningen hierdoor onze belangrijkste informatiebronnen.      

   

Grote veranderingen  

De schilderkunst onderging in de jaren 1886-87 grote veranderingen: het impressionisme was inmiddels bij wijze van spreken de gevestigde orde geworden. De neo-impressionisten Georges Seurat en Paul Signac schilderden voortaan met puntjes. Jeugdige talenten als Henri de Toulouse-Lautrec en Emile Bernard zetten weer andere artistieke lijnen uit. Mede onder invloed van deze en andere kunstenaars veranderde ook Van Gogh zijn schildertechniek en kleurgebruik. Maar niet meteen: hij kwam aanvankelijk naar Parijs om verder te leren op het atelier van Fernand Cormon. Na enige tijd schakelde hij over op nieuwe pigmenten en doeksoorten, wijzigde hij meermaals zijn schildertoets, kreeg hij opeens aandacht voor gekleurd krijt en raakte hij in de ban van Japanse prenten. Deze en andere ontwikkelingen vormen de leidraad voor het onderzoek naar deze periode, waarbij nadrukkelijk ook wordt gekeken naar de contacten die Van Gogh onderhield met andere kunstenaars. Parijs was het bruisende artistieke centrum van Europa en Van Gogh had alle gelegenheid de stad in te drinken. Toch zou hij haar na twee jaar enigszins gedesillusioneerd verlaten.      

   

De werkgroep Antwerpen-Parijs – in de wandelgangen AP (‘aa pee’) – bestaat uit:      

Devi Ormond, Ella Hendriks, Nienke Bakker, Leo Jansen en Teio Meedendorp (chef d’équipe) – verder zijn of waren betrokken: Maite van Dijk, Suzanne Veldink, Fleur Roos Rosa de Carvalho en Helewise Berger.      

Voor het technisch onderzoek naar schilderijen in Franse openbare collecties wordt samengewerkt met C2RMF (Centre de Recherche et Restauration des Musées de France) in Parijs.      

.

Vincent van Gogh, Zelfportret als schilder, 1886

Vincent van Gogh, Zelfportret als schilder, 1886, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Vincent van Gogh, Zelfportret als schilder, 1887-1888, olieverf op doek, 65,0-65,1 x 50,0 cm, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Vincent van Gogh, Zelfportret als schilder, 1887-1888, olieverf op doek, 65,0-65,1 x 50,0 cm, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

.

De ontwikkeling in Van Goghs Parijse werk kun je eenvoudig laten zien met deze twee zelfportretten. De tonale manier van schilderen uit 1886, waarbij de kleuren gemengd werden opgebracht, heeft in 1887 plaats gemaakt voor het opbreken van de verftoets in felle pure kleuren. Er zijn ook constanten: zo blijkt de kunstenaar over het algemeen een voorkeur te hebben gehad voor een rechthoekig palet.

 

.

 

Comments are closed.