1 reactie »

Anthon van Rappard en Vincent van Gogh

   

Op advies van zijn broer Theo bracht Vincent van Gogh in oktober 1880 een bezoek aan Anthon van Rappard in Brussel. In maart van het daaropvolgende jaar lijkt zich een vriendschap tussen de twee kunstenaars te hebben ontwikkeld en mag Van Gogh in Van Rappards atelier werken. Later zou Van Gogh in zijn brieven aan Theo diepe waardering voor hem uiten. Uit de briefwisseling tussen de twee kunstenaars blijkt dat Van Gogh Van Rappard begon te zien als een artistiek geestverwant. In totaal zijn er uit de vijf jaren van hun vriendschap 55 brieven bewaard gebleven. Enige jaren geleden werden deze door het Van Gogh Museum verworven.  

   

Verschillen en overeenkomsten  

Van Rappard werd van jongs af aan door zijn (adellijke) familie aangemoedigd kunstenaar te worden, en in zijn carrièrekeuze werd hij vanaf het begin door zijn vader ondersteund. Van Gogh daarentegen kwam uit een middenklassemilieu en leed onder het gebrek aan steun van zijn vader. Ondanks de verschillen in achtergrond en temperament hadden beide kunstenaars opmerkelijk gelijkluidende opvattingen over kunst: zo hadden ze beiden een voorkeur voor eenvoudige onderwerpen, in het bijzonder van mensen aan de arbeid. Verder verzamelden beide kunstenaars Engelse en Franse tijdschriftillustraties, die zij onderling ook ruilden.  

Wat Van Rappard vooral in Van Gogh waardeerde, was diens volledige toewijding aan het kunstenaarschap. ‘Hij behoorde tot het ras waar de grote artisten uit geboren worden’, schreef hij na Vincents dood aan diens moeder. Een opmerkelijke uitspraak, want geen enkele andere Nederlandse kunstenaar met wie Van Gogh omgang had, liet zich later zo lovend over hem uit. Van Rappard zelf was, aldus de overlevering, een zachtmoediger maar evenzeer uitgesproken man. Zijn jeugdvriend, de schrijver Johan de Meester herinnerde zich in 1931: ‘Ooit iets te zeggen dat hij niet meende, ’t zou hem onmogelijk geweest zijn.’ Dat zou later ook blijken uit de verwijdering tussen Van Rappard en Van Gogh.  

De twee schilders correspondeerden niet alleen uitvoerig, maar zochten elkaar ook met een zekere regelmaat op. Van Rappards thuisbasis was destijds Utrecht, van waaruit hij Van Gogh bezocht in Etten, Den Haag en Nuenen, voor het laatst in het najaar van 1884. In 1882 en 1883 bracht Vincent meerdere tegenbezoeken aan Van Rappard in Utrecht. De periode die ons hier in het licht van hun onderlinge samenwerking het meest interesseert is die in 1884 waarin Van Rappard tweemaal in Nuenen bij Van Gogh logeerde.  

Wat de kunst betreft hield Van Gogh er andere opvattingen over techniek op na dan zijn vriend. In tegenstelling tot Van Rappard vond Van Gogh dat het motief belangrijker was dan de techniek. Hoewel Van Rappard verre van een ‘gelikt’ schilder was, hechtte hij meer dan Van Gogh aan academische training. Zijn schilderwijze is zachter, minder uitgesproken, dan Van Goghs vet aangezette penseelstreken. Die laatste klaagde wel eens dat Van Rappard soms te mooi wilde schilderen.  

Einde aan een opbloeiende vriendschap  

Ondanks hun meningsverschillen bleef Van Rappard Van Gogh aanmoedigen zijn ambities als kunstenaar door te zetten. Hun vriendschap bekoelde echter nadat Van Rappard had nagelaten Van Gogh persoonlijk te condoleren na de dood van diens vader, maar vooral nadat hij in mei 1885 ongezouten kritiek had geleverd op Vincents schilderij De aardappeleters.  

 

Vincent van Gogh, De aardappeleters, 1885, lithografie, Van Gogh Museum, Amsterdam

 

Hier speelde Van Rappards eerder genoemde oprechtheid hem vermoedelijk parten. Vincent was namelijk woedend toen Van Rappard naar aanleiding van de litho van De aardappeleters die hij had ontvangen terugschreef: ‘Ge zult me toestemmen dat zulk werk niet ernstig gemeend is. Ge kunt meer dan dit – gelukkig; maar waarom dan alles even oppervlakkig bekeken en behandeld? waarom de bewegingen niet bestudeerd? nù poseeren ze. Dat kokette handje van die achterste vrouw, hoe weinig waar! en welke betrekking bestaat er tusschen den koffieketel, de tafel en de hand die boven op ’t hengsel ligt? […]  En durf je dan nog bij zulk eene manier van werken de namen van Millet en Breton aanteroepen? Kom! De kunst staat dunkt me te hoog om zoo nonchalant behandeld te worden.’ (brief van Van Rappard aan Van Gogh, 24 mei 1885).   

Johan de Meester schreef later hoeveel Van Rappard juist voor Van Gogh voelde en dat hij juist uit genegenheid zijn bezwaren uitte. Maar die bezwaren waren voor Van Gogh onoverkomelijk en het lukte hem niet Van Rappard daarna nog te overtuigen van zijn wellicht nog onbeholpen, maar gemeende en uitdrukkingsvolle manier van werken. Technisch niet perfect, maar daar was hij niet op uit.  

In 1892, twee jaar na Van Gogh, stierf Van Rappard. Hij was pas drieëndertig. ‘Vijanden heeft hij nergens gekend, bemind gemaakt heeft hij zich bij velen’, schreef De Meester later. Van Gogh was na 1885 geen vijand geworden, eerder een teleurgestelde vriend. Van Rappard kwam daar moedig op terug in zijn brief aan Vincents moeder: ‘Als ik voortaan aan die tijd zal denken […] dan zal de karakteristieke figuur van Vincent mij in zulk een weemoedig maar toch helder licht verschijnen: de zwoegende en strijdende, fanatiek-sombere Vincent, die zoo dikwijls op kon bruisen en heftig zijn, maar die toch ook altijd door zijn edelen zijn hooge artistieke eigenschappen vriendschap en bewondering verdiende.’ 

 

Een reactie op “Anthon van Rappard en Vincent van Gogh”

  1. Rene en Devi :

    Beste Teio,
    Wat een leuk verhaal, dat we gelezen hebben vanaf de SUMMIT 2010 bijeenkomst in Den Haag. Er is veel belangstelling voor de presentatie die in samenwerking met Muriel en Luc (ICN) is gemaakt.

    We missen Robs aanwezigheid, maar zijn filmpjes worden gedraaid – dus hij is er eigenlijk toch bij.